Fysiotherapie en Bugnet therapie bij Hypermobiliteit

    

Bugnet therapie bij patiënten met hypermobiliteit, HMS, Ehlers- Danlos, Marfan.

Fysiotherapie.

  • Signalering:
    historie met overbewegelijkheid, lenigheid, vertraagde motorische ontwikkeling, neuromusculaire, tendinogene en artrogene klachten- mono/ poly articulair-, recidiverende verstuikingen van bijvoorbeeld enkels, subluxaties, vermoeidheidsklachten, hoofdpijnklachten, relatief hoge frequentie consultatie van artsen/specialisten, psychische klachten.
  • Screening:
    Beighton, Bulbena

Domein van de fysiotherapie is het houden en bewegen.

1. Locale behandeling van klachten: gangbare interventies bij hypermobiliteit:

  • oefentherapie
  • massage: pijn bestrijden, ontspannen, circulatie verbeteren, fricties, triggerpointbehandeling
  • fysiotechniek: UG e.a.
  • warmte applicaties e.a.

2. Algehele behandeling van klachten:

  •  Methode Bugnet , houdingsweerstandtherapie, is onderdeel van de oefentherapie.
    Algehele behandeling verdient aanbeveling bij behandeling en ter preventie van het ontslaan van chronische klachtenpatronen.
    Praktijkervaring geeft het onderstaande beeld.
    • Patiënten geven aan dat dynamische oefeningen en krachttraining leiden tot klachtenvermeerdering. Dit blijkt vooral het geval wanneer de coördinatie van houdingsspieren en meer beweging/ kracht gerichte spieren uit balans is. Bij hypermobiliteit komt dit vaak voor door ondermeer tragere reflexactiviteit en weefselzwakte 

            

    • Uitgangspunt is dat stabiliteit en houden noodzakelijke voorwaarden zijn om functioneel te kunnen bewegen. Reflectoire stabiliteit lijkt van essentieel belang om het lichaam te kunnen houden tegen druk- en trekkrachten. Overbelasting wordt op deze wijze voorkomen zowel binnen het dagelijks bewegen als bij sport enz.
    • Bugnet therapie biedt de mogelijkheid de houdingsreflexen via het bewuste aansturen opnieuw te automatiseren. Binnen speciaal gekozen houdingen worden op statische wijze spierketens, fascia enz. geoefend. De kwaliteit van het dagelijks houden en bewegen verbetert, waardoor overbelasting kan worden voorkomen. Pijnklachten nemen af, houdingen en bewegen kunnen langer worden volgehouden alvorens overbelasting en klachten nadien optreden, het aantal (sub)luxaties vermindert, vermoeidheidsklachten verminderen, medicatie kan door arts vaak worden verminderd.
      Wanneer klachten verminderen, de houdingsreflexen automatiseren en de kwaliteit van houden en bewegen verbetert, kan men overgaan van statisch naar dynamisch oefenen. Wel lijkt dagelijks kort onderhouden van de Bugnet oefeningen positief te werken.
    • Uitbreiding naar een sport is aan te bevelen gebruik makend van de statische principes van Bugnet : fitness, zwemmen, fietsen, enz. Begeleiding van de kwaliteit en intensiteit van houden en bewegen, kan overbelasting algeheel en locaal en terugval voorkomen.

 

Praktijkobservaties:

  • Motivatie en bereidheid van de patient tot dagelijks oefenen zijn een voorwaarde om te herstellen.
  • Goede uitleg over HMS, mogelijke oorzaken van klachten en gevolgen, houding en beweging, patroon van eventuele en mogelijke klachtenvermindering door therapie, belang van eigen inbreng en herstel toegespitst op de individuele patient lijken van groot belang voor motivatie.
  • Opgemerkt moet worden dat de oorzaak van hypermobiliteit van invloed is. Er lijken verschillen in klachtenpatroon en beïnvloeding daarvan bij bijvoorbeeld HMS of een genetische aandoening waarbij hypermobiliteit voorkomt zoals E.D. of Marfan.
  • Ook is de chroniciteit een factor: bij langduriger en uitgebreidere klachtenpatronen is de revalidatie vaak trager, met meer ups en downs/ periodes van terugval.   Belastbaarheid , mate van herstellend vermogen enz.
  • Perioden van ziekte, operatie enz. vertragen herstel. Over het algemeen lijken patiënten trager te herstellen.
  • Een locale klacht geeft vaak een toename van klachten in aangrenzende gebieden tot aan opnieuw klachten van het gehele lichaam.