Publicaties

Interview met M. Jonkers - van Gunsteren

Houdingsweerstandtherapie Bugnet

H.G. van Wermeskerken en G.H. Lenselink - Kamphuis

Je houding handhaven tegen weerstand in, dat is de essentie van de methode Bugnet. ‘De Bugnet-oefeningen geven je het gevoel dat je controle over je spieren hebt’, zegt Margreet Jonkers - van Gunsteren (65). Als baby kreeg zij polio en raakte grotendeels verlamd. Haar ziekte was de aanleiding om de methode Bugnet in Nederland te introduceren.   ‘Je voelt je lichamelijk beter, je kunt meer, en dat heeft effect op je geestelijk welbevinden. Bugnet maakt gelukkig’.

In de jaren vijftig veroorzaakte een polio epidemie in Nederland ernstige handicaps -o.a. paresen en paralyses- van het bewegingsapparaat. Veel patiënten waren wanhopig op zoek naar effectieve therapieën en bezochten in de loop der jaren wel tien tot twintig verschillende therapeuten op zoek naar hulp bij revalidatie. Eén van de getroffen patiëntjes was Margreet Jonkers – van Gunsteren. Haar moeder vergaarde kennis in binnen– en buitenland, op zoek naar dé therapie voor haar dochters verdere ontwikkeling. Zij ontmoette Madame Bugnet, die gebruik maakte van houdings- en bewegingspatronen: neuro-myo-therapie. In feite was zij een facilitatietechniek aan het opbouwen, evenals later binnen de P.N.F.-methode van Knott en Voss gebruikt werd. De methode van Madame Bugnet bleek werkzaam voor vele poliopatiënten.

Hypermobiliteit / HMS

In de praktijk blijkt de methode als therapievorm binnen de fysiotherapie veel breder toepasbaar te zijn. De oefeningen werkend op basis van houdingsreflexen, kunnen een waardevolle aanvulling vormen op de fysiotherapie, omdat houdingsstabiliteit de basis vormt voor functioneel bewegen. Patiënten met verschillende neurologische aandoeningen (bijvoorbeeld hemiplegie, spina bifida, perifere zenuwletsels, dystonieën), met orthopedische aandoeningen (scoliose, houdingsafwijkingen van gewrichten), postoperatieve condities en patiënten met klachten ten gevolge van verminderde belastbaarheid van het houdings- en bewegingsapparaat zoals hypermobiliteit/ HMS hebben baat bij training met houdingsweerstandtherapie. Binnen de huidige setting van fysiotherapie biedt de therapie tevens een waardevolle mogelijkheid tot een revalidatieprogramma dat geschikt is voor do-it-yourself training. De fysiotherapeut kan de patiënt in relatief korte tijd instrueren en daarna incidenteel begeleiden.

Zwaar oefenprogramma

Wie Margreet Jonkers ontmoet kan niet anders dan onder de indruk raken van haar levenslust en kracht. Na een carrière als zangeres en zangpedagoge en later geestelijk verzorger en predikant, startte zij vorig jaar een eigen praktijk als vrijgevestigd geestelijk verzorger. Bovendien is Margreet moeder van twee kinderen. Dit alles lag niet bepaald in de lijn der verwachtingen toen zij, als baby van bijna een jaar, alleen haar hoofd en haar rechterhand nog een beetje kon bewegen na de polio. Margreet heeft veel te danken aan haar moeder, mevrouw W. van Gunsteren. ‘Zij ging onvermoeibaar op zoek naar een therapie voor mij, ook omdat zij inzag dat spieren die je niet gebruikt atrofiëren, hun kracht verliezen. Toen ik vijf jaar was ontdekte mijn moeder de methode van mevrouw Bugnet in Parijs. En die werkte. Na drie maanden oefenen viel ik uit mijn bed en brak mijn been. Tot dan toe was een bedrekje nooit nodig geweest, ik kon toch niet bewegen. Dat veranderde. Een zwaar oefenprogramma, uitgevoerd met ijzeren discipline zolang ik in de groei was, zorgde ervoor dat ik stukje bij beetje vooruit ging’.

Piano

Na de grote polio-epidemie van 1956 werd een vaccin uitgevonden en sindsdien is de ziekte vrijwel uitgebannen, althans in de westerse wereld. Polio begint vaak met de ledematen en tast pas in een later stadium de ademhaling en de longen aan. Zo ver heeft de ziekte bij Margreet gelukkig niet toegeslagen; haar ademhaling heeft altijd gefunctioneerd. Margreet zit in een rolstoel.

‘Dankzij de Bugnet-oefeningen kan ik zitten, en dat heeft mij opgeleverd dat ik een vrij normaal leven kan leiden. Mijn schoudergordels doen allebei helemaal niets. Mijn linkerarm kan ik buigen, mijn rechterarm niet, terwijl mijn rechterhand wel goed functioneert. Dus til ik met mijn linkerarm mijn rechterhand op. Zo speel ik ook piano, hoewel ik natuurlijk niet alle noten goed kan aanslaan. Omdat mijn linkerarm een contractuur naar buiten had is deze opzettelijk gebroken toen ik een jaar of twaalf was. De chirurg heeft de arm gedraaid laten helen, zodat de stand van mijn linkerhand sindsdien goed is’.

Gevallen

Het gezin Van Gunsteren telde zes kinderen. Ondanks haar beperkingen en het zware oefenprogramma heeft Margreet een zo normaal mogelijke jeugd gehad. Zij speelde tikkertje met kinderen uit de buurt waarbij zij in een duwstoeltje werd rondgeraced, op twee wielen. Ze werd gewoon gepest door haar broers en zuster, maar er gold één regel: als Margreet hulp nodig had moest dat gebeuren, ondanks het spel en ondanks ruzies. Margreet: ‘Zo kreeg ik het gevoel dat ik gewoon mee kon doen met de anderen, dat ik ook meetelde. Ook op school deed ik zo veel mogelijk mee. Ik ben vaak genoeg uit mijn rolstoel gevallen, als de vriendinnen die mij duwden weer eens een drempel over het hoofd zagen. “Niet oprapen!” riep ik dan. Een van mijn broers moest gehaald worden, zodat hij mij op deskundige manier weer in mijn stoel kon tillen. Je kunt niet zomaar aan mijn armen trekken, dan gaan ze uit de kom.’

Studententijd

Net als haar leeftijdsgenoten ging Margreet het huis uit toen ze achttien was. Ze ging theologie studeren en woonde in Amsterdam. “Ik had natuurlijk wel hulp nodig: elke ochtend kwam iemand mij helpen met opstaan, wassen en aankleden. Vriendinnen brachten en haalden mij voor de colleges. Om trappen op en af te komen had ik een speciaal trapstoeltje, een soort stalen brancard met wieltjes eronder. Dat werd aan handvatten gedragen door vier mensen. Zo bezocht ik studentenkamers en de sociëteit. Was er veel gedronken, dan zorgde ik dat twee vriendinnen met een redelijk verantwoordelijkheidsgevoel bij de dragers waren. Ik heb een leuke studententijd gehad. Hoewel er natuurlijk heus wel eens wat mis ging; het kwam wel voor dat ik ’s avonds uit mijn stoel viel en pas de volgende ochtend werd gevonden.’

Margreet oefende in die tijd drie keer per week met hulp van vrienden. Verder zwom ze eens in de week. Kenmerkend voor Bugnet is dat de patiënt de oefeningen zelf doet, met behulp van een of meer helpers.

Toen Margreet tweeëntwintig was trouwde ze met studiegenoot Aad Jonkers. Hij is sindsdien Margreets belangrijkste helper. Toen het echtpaar kinderen kreeg kwam er iemand in huis om te helpen. “En om dingen met de kinderen te doen, zoals schaatsen’, zegt Margreet. ‘Want ik wilde hen een normaal leven bieden hoewel ik niet alles met ze kon doen. Toen ze klein waren ging ik met ze naar buiten aan een soort lijn. En ze hadden geen bedrekjes, want als Aad er niet was en er zou brand ontstaan moesten ze wel uit bed kunnen kruipen, daar kon ik ze niet bij helpen.’

Ruimte

Margreet is ervan overtuigd dat ze veel aan Bugnet te danken heeft. ‘Doordat je tijdens de oefeningen tegen weerstand moet werken en toch in dezelfde houding blijft, voel jij je sterker. Je hebt controle over je houding. Dat is een heel ander gevoel dan wanneer je bewegingen moet maken die je eigenlijk niet kunt maken: dat tast je zelfbeeld aan. Door het manipuleren van de spier waar het bij een bepaalde oefening om gaat, gebeurt er iets met die spier en kun je hem aanspannen, terwijl dat eerst niet ging. Dat geeft het weldadige gevoel: ik kan het! Een goede houding is belangrijk. Als ik goed recht zit voel ik letterlijk dat het goed zit, dat alles in orde is. Mijn houding heeft zijn weerslag op mijn gevoel. Vandaar dat ik zeg: Bugnet maakt gelukkig. Bij Bugnet is het belangrijk dat er ruimte is. Om iets los te maken heb je ruimte in het gewricht nodig, dan werkt het. Wie ruimte heeft, kan iets bereiken. Ik zie dat niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk. Innerlijke ruimte heb je nodig om goed in het leven te kunnen staan. Het betekent dat je weet wat je wilt, en wat je moet doen en laten om dat voor elkaar te krijgen. Wie innerlijke ruimte heeft is in staat zich in alle vrijheid en rust te verhouden tot emoties en houdingen die door een situatie worden opgeroepen. Bijvoorbeeld de gedachten en ideeën van anderen. Innerlijke ruimte zorgt dat je daarmee kunt omgaan. In mijn werk als geestelijk verzorger is dat heel belangrijk.’

Website

  • www.stichting-bugnet.eu
  • www.hvws.nl

Literatuur

W. van Gunsteren, O. de Richemont en L. van Wermeskerken, Houdingsweerstandtherapie Bugnet, Frederik Hendrik Stichting, Den Haag, 1984 (verkrijgbaar via Bugnet Stichting Nederland,(www.stichting-bugnet.eu)

W. van Gunsteren, O. de Richemont en L. van Wermeskerken, Muscle Training with Postural Resistance, Eburon, Delft, 2004 (vertaling)